Yoga Anatomie: De onderrug

Iedereen heeft wel eens last (gehad) van zijn of haar onderrug. Dit is vaak spierspanning door stress, een verkeerde lichaamshouding, ziekte of menstruatie. Maar spierspanning in de onderrug staat niet op zichzelf; pijn in de rug wordt vaak veroorzaakt door spanning op andere plekken in het lichaam. Een disbalans in de buikspieren, rugspieren en beenspieren betekent dat deze soms letterlijk de onderrug uit balans trekken. 

Als yogadocent ben ik al heel lang met dit onderwerp bezig. Hoe kan ik een lichaam weer opnieuw in balans brengen? Meerdere studenten heb ik geholpen met pijn in de rug, door ze hun bovenbenen te laten strekken. Nu denk je misschien, mijn been strekken? Helpt dat bij pijn in de onderrug? Jazeker! In deze blog ga ik je uitleggen hoe de benen/heupen de onderrug uit positie trekken, en daardoor pijn veroorzaken. Wil je je helemaal verdiepen in het onderwerp en leren welke yogahoudingen je hier kunt inzetten om het probleem te verminderen, lees dan hoofdstuk 2 van het werkboek Alignment & Sequencing.

Er zijn 4 spiergroepen die van belang zijn voor de positie van de onderrug: de buikspieren, de hamstrings en bilspieren, de heupflexoren, en de rugspieren. Voor het gemak delen we ze op in 2 categorieën, namelijk de spieren die het bekken naar achteren kantelen (de buikspieren, hamstrings en bilspieren) en de spieren die het bekken naar voren kantelen (de heupflexoren en de rugspieren).

1. De buikspieren, bilspieren en hamstrings

Zoals je op het tweede plaatje hierboven kunt zien zijn er verschillende lagen buikspieren. De Transversus Abdominis vormt de diepste laag van de buikspieren, met net daarbuiten de interne en externe obliques. De Rectus Abdominis, de rechte buikspier, en omliggend bindweefsel, verbinden deze drie lagen met elkaar en houden zo alle buikorganen op hun plek.

Wanneer je de buikspieren aanspant (met name de Rectus Abdominis), trek je als het ware de heupen en voorste ribben dichter naar elkaar toe. Deze beweging tilt het schaambeen omhoog en daardoor kantelt het bekken naar achter. De buikspieren werken hierin samen met de hamstrings en de bilspieren (hieronder).

Het aanspannen van de hamstrings, bilspieren en buikspieren zorgt er dus voor dat het bekken naar achter kantelt en de rug bol trekt. Wanneer je korte hamstrings hebt (en strakke buikspieren) door continue spanning, ontstaat er een druk op de onderrug, die door deze spieren naar beneden getrokken wordt.

Het idee heerst dat door de buikspieren sterker te maken, de pijn in de onderrug moet afnemen. Maar dit is dus lang niet altijd het geval!

Wanneer je jouw lichaamshouding herkent in het bovenstaande plaatje, probeer dan door vooroverbuigingen en hamstring-strekkingen de druk van deze spieren af te halen. Span daarbij de buikspieren niet te erg aan, maar maak de buik zacht terwijl je deze toch diep naar binnen neemt. Door hamstrings, bilspieren en in mindere mate ook de buikspieren te leren ontspannen neemt de druk op de rug af. 

2. De heupflexoren en rugspieren

We hebben hierboven de kanteling van het bekken naar achteren besproken, nu is het tijd voor de kanteling van het bekken naar voren. In dit geval zijn niet de buikspieren, bilspieren en hamstrings strak, maar zijn deze juist zwak. De heupflexoren en de rugspieren zijn hier de ‘boosdoeners’. 

Zoals je kunt zien op de afbeelding trekken de heupflexoren (Rectus Femoris en psoas) het bekken naar voren, waardoor de buikspieren loslaten, en de rugspieren steeds korter en strakker worden.

Zoals de buikspieren samenwerken met de bilspieren en hamstrings, zo werken de heupflexoren samen met de (onder)rugspieren. En zoals gezegd, wanneer deze erg strak zijn, zijn de buikspieren en hamstrings vaak verzwakt.

In dit scenario zou je dus zeggen dat het wél verstandig is om de buikspieren te versterken, zodat het bekken weer in de juiste positie komt. Maar waarom is dit dan toch niet altijd zo?

De psoas wordt namelijk korter/sterker/strakker door het doen van de meeste buikspieroefeningen. En wanneer deze spier kort wordt, trekt deze direct aan de wervels van de onderrug. De holling van de onderrug wordt hierdoor erger in plaats van beter!

Dit betekent niet dat je helemaal geen buikspieren moet trainen, in tegendeel. Dit blijft heel hard nodig. Maar train ook de bilspieren en de hamstrings, die het bekken weer terug trekken naar een natuurlijke positie. En strek de voorzijde van het bovenbeen goed op. Niet slechts één keer, maar blijf dit doen!

Klachten ontstaan nooit in een vaccuum, en worden ook niet opgelost door slechts één gebied aan te pakken. Probeer de lichaamshouding zo goed mogelijk te verbeteren door alle spieren die mee- of tegenwerken te versterken of te ontspannen. Dan los je pijn op, die vervolgens niet meer terug komt. 

Werkboek Alignment en Sequencing

Bestudeer de alignment van de yogahoudingen en leer goede en veilige technieken om blessurevrij te kunnen oefenen. 

In deel 2 van het werkboek, sequencing, leer je hoe je yogalessen maakt op basis van effect, persoonlijke behoefte en eindhoudingen.

© 2024 Lieneke’s Yoga Company