Yoga is een dualistische filosofie: Purusha en Prakriti

Het wereldbeeld van de yogafilosofie is gebaseerd op de samkhya filosofie. Deze filosofie heeft een dualistisch wereldbeeld. Dit betekent dat het universum waarin we leven bestaat uit twee grote krachten: het onveranderlijke en eeuwige bewustzijn (purusha) en de veranderlijke en eeuwige natuur (prakriti). Samen zijn purusha en prakriti alles wat er bestaat en alles wat er kan bestaan.

Purusha

Purusha is bewustzijn. Het is universeel bewustzijn, het universele zelf of het ware zelf. Het is zuiver bewustzijn, het is absoluut, eeuwig, onveranderlijk, vormloos en alles overstijgend. Purusha is niet waar te nemen met de zintuigen of het denkvermogen en het staat buiten tijd en ruimte. Het is niet mogelijk om purusha in woorden te omschrijven. Andere namen voor purusha zijn ziener, kenner, degene die ervaart en het hoogste zelf. Alles in het universum bestaat voor purusha, voor de ziener.

Mulaprakriti

Mulaprakriti (mula betekent basis of wortel) is de bron en de oorzaak van het materiële universum. Het is ongemanifesteerde natuur, zo subtiel, dat we deze niet kunnen waarnemen. Mulaprakriti verandert niet, het heeft geen begin en geen einde. Het is eeuwig en het heeft altijd bestaan. 

Mulaprakriti heeft 3 kwaliteiten in zich, de 3 guna’s. Dit zijn orde, beweging en stabiliteit. In mulaprakriti zijn deze kwaliteiten in een staat van perfecte balans en volledig stil. Door het samenkomen van purusha en mulaprakriti wordt deze perfecte balans verstoord en worden de 3 kwaliteiten in beweging gezet. Dit is het begin van het proces van evolutie, ook wel de schepping genoemd. De combinatie van mulaprakriti en purusha brengt prakriti voort, de gemanifesteerde natuur. De guna’s vormen de essentie van de gemanifesteerde natuur. Alles in de natuur bestaat uit de 3 kwaliteiten en de natuur, dat van zichzelf geen bewustzijn bezit, is bezield door purusha.

Prakriti

Prakriti bestaat uit 23 tattva’s. Tattva betekent ‘datheid’, maar wordt ook vertaald als waarheid, realiteit of principe. Het verwijst naar de essentie van dingen, hun fundamentele natuur. Het eerste principe is mahatattva, het universele intellect, die orde creëert in de schepping van het universum. Op individueel niveau is dit de buddhi, ons intellect. Vanuit Mahattattva komt ahamkara voort. Aham betekent ‘ik’ en ‘kara’ is maker of doener. Ahamkara, op kosmisch niveau, is het principe van individuatie, dat betekent dat het de universele energie en intelligentie opdeelt in individuele objecten. Op individueel niveau is ahamkara ons ik-besef, het principe van waaruit we een identiteit creëren.

Vanuit ahamkara komen achtereenvolgens de gedachten voort (manas), de 5 zintuigen van actie (karmendriyas), de 5 zintuigen van waarneming (buddhindriya’s) en de subtiele elementen (tanmatra’s). Uit de subtiele elementen van geluid, aanraking, vorm, smaak en geur komen de grofstoffelijke elementen ether, lucht, vuur, water en aarde voort.

Yoga

De schepping is het proces van evolutie in prakriti, de natuur, dat bezield is door purusha. In yoga, eenwording met bewustzijn, volg je het omgekeerde proces, namelijk van involutie. Door de zintuigen los te koppelen van hun elementen en het denkvermogen te zuiveren, kunnen de gedachten, het ik-besef en uiteindelijk ook de buddhi terug oplossen in hun bron. Het bewustzijn is nu los van de natuur en ‘de ziener is gevestigd in haar eigen ware aard’ (yoga sutra 1.3).

ontvang elke maand alle nieuwe blogs in jouw inbox

© 2026 Lieneke’s Yoga Company