Hoe bereid je een yogales voor?

Wanneer je voor het eerst les gaat geven, wil je veel aandacht besteden aan het voorbereiden van je lessen. Er is niets vervelender dan halverwege een yogales voor een volle groep niet meer weten wat je volgende houding of oefening wordt. In deze blog gaan we kijken naar het verzamelen van lessen waaruit je inspiratie kunt putten, het leren kennen van jouw doelgroep, het creëren van een overkoepelend programma, het overzichtelijk uitwerken van jouw lessen, sequencing en het toepassen van correcties. 

1. Bouw jouw basis

Tijdens het voorbereiden van jouw lessen hoef je het wiel natuurlijk niet opnieuw uit te vinden. Zelf heb ik tijdens mijn yogaopleiding altijd alle lessen uitgetekend in stick-figures, zodat ik thuis verder kon oefenen. Later heb ik deze lessen gebruikt om mijn eigen lessen op te baseren. Kies houdingen waar je vertrouwd mee bent en lessen die je zelf fijn vindt om te oefenen. 

Heb je zelf geen yogalessen om als voorbeeld te gebruiken? Dan is mijn Hatha Yoga Lesseries Boek een mooie uitkomst, met 101 yogalessen die je zo kunt geven, of als inspiratie kunt gebruiken.

2. Ken jouw doelgroep

Aan wie ga je lesgeven? Geef je les op een sportschool, met veel fitte mensen in je les, of geef je les in een buurthuis aan 55-plussers? Ik heb beide gedaan en dit waren echt totaal verschillende lessen!

In het eerste geval wil je waarschijnlijk een aantal uitdagende houdingen toevoegen, terwijl je voor ouderen houdingen juist wil versimpelen en afbreken in haalbare stappen. 

Het is belangrijk om rekening te houden met jouw doelgroep, maar uiteindelijk zijn het jouw lessen. Jij bepaalt wat je ervan maakt en jij gaat uiteindelijk jouw eigen groep(en) vormen die speciaal voor jou komen. 

3. Maak een programma

Het is een grote valkuil om ‘leuke’ lessen te willen geven. Het voelt soms alsof je telkens dezelfde houdingen geeft en het saai wordt voor mensen, maar het is belangrijk om te onthouden dat jouw studenten jouw lessen heel anders ervaren als jij zelf. Herhaling is belangrijk, want zo kunnen mensen de houdingen echt leren kennen en worden ze er ook beter in. Dat voelt voor hen een stuk beter dan elke week opnieuw te moeten beginnen.

Er zijn bijna oneindig veel verschillende houdingen en thema’s om in een yogales te gebruiken en het is jouw taak om hierin een goede keuze te maken. Voor mijn lessen heb ik een programma gemaakt waarin ik de chakra’s één voor één behandelde. In week 1 oefenden we veel staande houdingen en werkten we aan beenstrekkers. Week 2, altijd de meest favoriete week van mijn studenten, was voor heupopeners. Het thema van week 3 was twistings en buikspieren. Week 4 achteroverbuigingen, week 5 schouders en week 6 (arm)balans. Daarna begon ik weer opnieuw bij week 1. 

Op deze manier wist ik (samen met mijn studenten) waar ik aan toe was en bouwde de ene week voort op de andere week. Ik maakte voor elke week 2 soortgelijke lessen, zodat mensen die twee keer kwamen op een van de locaties niet dezelfde les hoefden te volgen. 

4. Het uitwerken van lessen

Soms zie ik mensen hun yogalessen helemaal uitwerken, waarbij ze de instructies bij de houdingen schrijven, zowel de linker als de rechter kant van de oefening uittekenen. Zelfs het aantal ademhalingen of de hoeveelheid tijd wordt erbij geschreven.

Wat ik zelf ervaren heb is dat ik direct wilde kunnen zien wat de volgende houding is. Ik wilde maar op mijn papier te hoeven kijken en precies weten waar ik was in de les. Er is niets zo vervelend om een onderbreking te creëren midden in een les omdat je twijfelt waar je bent in jouw serie. Om die reden hield ik de uitwerking van mijn lessen altijd zo simpel mogelijk. Alléén stick-figures, geen tekst, geen toevoegingen, geen afleidingen. 

Het spreekt voor zich dat je houdingen zowel aan de rechter als aan de linker kant oefent. Dat hoeft er niet bij. Je weet dat je een staande houding 6-8 ademhalingen aanhoudt, terwijl je mensen minutenlang kunt laten liggen in een ontspannende liggende twisting. Dat hoef je er niet bij te schrijven. 

Je kunt de Sanskriet namen van de houdingen op een later moment toevoegen, wanneer je ze zelf uit je hoofd weet. Oefeningen waarvan je niet weet hoe je ze opbouwt, oefen je eerst 20 keer zelf totdat je er niet meer over na hoeft te denken. Het papier wat je uiteindelijk naast je mat hebt liggen is een geheugensteun, niets meer. Op deze manier kun je met je aandacht maximaal bij de groep zijn. 

5. Sequencing

Wanneer het gaat om de opbouw van jouw yogales, kun je in het begin het beste de klassieke volgorde aanhouden: staande houdingen, zittende houdingen, twistings, achteroverbuigingen, inversies en liggende houdingen. Gebruik de lessen van anderen als voorbeeld wanneer je voor het eerst van deze volgorde af gaat wijken. 

Je kunt jouw lessen redelijk makkelijk ‘irritant’ maken. Wanneer je bijvoorbeeld zittende houdingen meerdere keren afwisselt met staande houdingen, of een intensieve houding doet na een aantal ontspannende houdingen, dan haal je mensen uit hun concentratie en verstoor je hun rust. 

Zo lang jouw opbouw logisch is en de houdingen elkaar op een prettige manier opvolgen, heb je heel veel vrijheid op het gebied van sequencing. Zelf werkte ik met duidelijke thema’s en had ik doelen voor elke les. Wanneer er houdingen waren die mijn studenten minder goed konden, brak ik die af in stappen en liet ik ze voorbereidende houdingen oefenen zodat ze na een aantal maanden die houding beheersten. Deze doelen bepaalden mijn sequencing, die vaak heel fysiek gericht was. 

Tegelijkertijd probeerde ik ervoor te zorgen dat mensen even alles los konden laten en al hun aandacht in hun lichaam konden brengen. Ik weet nog heel goed dat ik een proeflesser in de les had, die had gehoord dat ik echt intensieve lessen gaf. Toen ik de les begon met een kindhouding, keek ze teleurgesteld. Mijn reguliere studenten reageerden met ‘ah ja, heerlijk!’ Zij waren blij met de rustige opbouw. Ook de proeflesser had het snel door. Af en toe heb je zo je binnenpretjes als docent 🙂 

6. Het geven van correcties

Op een gegeven moment gaf ik 22 yogalessen in de week. Ook had ik geen auto en fietste ik overal naartoe én ik oefende gemiddeld 1 tot 2 uur per dag. Ik had gemiddeld 5 dagen in de week spierpijn en was simpelweg bijna altijd fysiek uitgeput. Ik heb voor mezelf toen heel bewust de beslissing gemaakt om minder houdingen voor te doen en eigenlijk continue rond te lopen en te corrigeren tijdens de lessen.

Uiteraard kun je dit niet doen als je net begint. Je hebt hiervoor gevestigde groepen nodig die weten hoe jouw lessen gaan en die de houdingen al redelijk kennen, zodat nieuwe mensen de groep kunnen volgen. Ook heb je veel ervaring nodig met het inspreken van houdingen. Vanuit de hondhouding: Zet je rechtervoet tussen de handen, strek je voorste been en draai je achterste voet iets in. Beide benen zijn gestrekt. Pak met je rechter hand je rechter enkel vast, draai de schouders open boven elkaar. Strek je linker arm uit naar het plafond en kijk naar je linker hand. Voordat ik deze instructies gaf, gaf ik ook al de naam van de houding, in dit geval Trikonasana. 

Voor dit moment deed ik alle houdingen voor en liep ik tussendoor rond, ongeveer 50-50. Daarna liet ik af en toe de houding zien en liep ik voornamelijk rond, ongeveer 20-80. Dit maakte mijn lesgeven veel lichter en gaf een onverwacht voordeel: de studenten vonden al de persoonlijke aandacht super fijn. 

Een deel van de correcties zijn verbaal. Strek je knie, tenen naar het plafond, etc. Daarnaast heb je fysieke adjustments, waarbij je mensen met je handen verder helpt of corrigeert in de houdingen zelf. Als jij jouw groep goed kent, weet je precies wie wat nodig hebt. Je kunt mensen alvast twee blokken of een riem laten klaarleggen. Of je laat een aantal mensen bij de muur werken. Je kunt alvast nadenken over vervangende houdingen of alternatieve opties voor mensen die zwanger zijn, hele korte hamstrings hebben; er is altijd wel iets extra’s dat je kan doen zodat je iedereen een optimale leservaring kan geven. 

Dit persoonlijk maken van de ervaring in een groepsles kost veel tijd, ervaring én veel voorbereiding. Het betekent dat je klachten en blessures bestudeert en erover nadenkt wat je iemand aan kan bieden, wanneer je weet dat deze persoon een of meerdere houdingen niet mee kan of mag doen.

Je kan nooit iedereen helpen en niet iedereen is tevreden over elke les. Dat is ok. Zolang je elke keer wat leert over jouw studenten en ervaring opdoet, is het niet voor niets. Een goede voorbereiding is een groot deel van het succes!

werkboek maak je eigen yogaserie

Heb je meer hulp nodig bij het maken van jouw eerste yogalessen? Dan is het werkboek ‘Maak je eigen Yogaserie’ geschreven voor jou. 

In dit werkboek leer je welke houdingen precies aansluiten bij jouw niveau of die van jouw studenten. Ook oefen je met de volgorde van de houdingen en het opbouwen van een yogales.

© 2025 Lieneke’s Yoga Company